3D-printing en open source

Geschreven door Willem Balfoort   

Willem Balfoort - De ClercqDat de opkomst van 3D-printing tot veel juridische vragen leidt, is al vaker op deze weblog uiteengezet. Naast allerlei (product)aansprakelijkheidsissues, spelen vooral vragen rondom het intellectuele eigendom (IE) een belangrijke rol. Immers, het is met behulp van moderne 3D-print techniek eenvoudiger dan ooit om inbreuk te maken op IE-rechten, waaronder voornamelijk het auteursrecht, modellenrecht, octrooirecht en het merkenrecht.

Een maker van een werk krijgt in beginsel het auteursrecht op dat werk en is dan ook de enige die het werk mag ‘openbaarmaken’ en ‘verveelvoudigen’, zoals de Auteurswet bepaalt. Behoudens een aantal uitzonderingen, zal iedere derde toestemming van de rechthebbende moeten verkrijgen voordat het werk 3D-geprint mag worden.

Sommige makers kiezen er echter voor hun werk onder een zogenaamde ‘open source licentie’ vrij te geven. ‘Open source’ wordt nogal eens verward met ‘free software’, ook wel kortweg ‘freeware’ genoemd. Het feit dat een werk onder open source licentie wordt vrijgegeven, betekent echter niet dat het werk vervolgens ook ‘gratis’ is. Onder de meeste licenties mag een derde een open source werk aanpassen en deze vervolgens verkopen. Wat deze derde echter niet mag doen, is de broncode van het werk verbergen of geheimhouden. De broncode moet kosteloos worden vrijgegeven en het aangepast werk moet op de markt gebracht worden onder dezelfde voorwaarden als het originele werk: onder dezelfde open source licentie.

Nu is het niet zo dat voor ieder open source werk dezelfde voorwaarden gelden. Veel van de traditionele open source licenties zien op de verspreiding van software en zijn derhalve minder bruikbaar voor hardware toepassingen zoals 3D-printing. Bekende softwarelicenties zijn de GPLv2, GPLv3, LGPLv2.1 en LGPLv3. Hoewel dus vooral van toepassing op software, worden de licenties ook regelmatig voor hardware ingezet. Meer ideaal zijn echter de specifiek ontwikkelde open source hardware licenties, zoals de TAPR Open Hardware License v. 1.0 en  de Balloon Open Hardware License v.0.2. De van toepassing zijnde licentie bepaalt de precieze voorwaarden waaronder een werk verspreid mag worden.

Ondertussen is een vrij groot aantal open source CAD-bestanden (de driedimensionale digitale ‘bouwtekening’ op basis waarvan een object 3D-geprint kan worden) beschikbaar op internet. Een ieder mag, al dan niet tegen betaling, een dergelijk open source bestand downloaden en het daarin beschreven object printen. Ook mag een ieder het gedownloade CAD-bestand aanpassen en op basis hiervan een object printen. Dit geprinte object mag vervolgens gewoon verkocht worden. De maker van het object mag echter niet een derde verbieden dat object (al dan niet verder aangepast) uit te printen. De maker heeft dus geen exclusief recht om openbaar te maken en te verveelvoudigen, zoals onder de gewone regels van het auteursrecht. Zoals hiervoor beschreven is de maker zelfs verplicht de CAD-bestanden (veelal ook de zelf aangepaste CAD-bestanden!) te delen met derden. Zo geldt onder de TAPR licentie de voorwaarde dat je samen met het object zelf, ook het CAD-bestand in ieder geval drie jaar gratis ter beschikking stelt. Onder een aantal zogenaamde ‘creative commons licenses’ gelden soms overigens andere voorwaarden. Zo kan het toegestaand zijn een CAD-bestand te downloaden en het daarin beschreven object te printen, maar kan het verboden zijn het gerpinte object vervolgens te verkopen.

Voor commerciële partijen is het van belang uit te kijken dat een werk niet ‘besmet’ raakt met open source onderdelen. Indien bijvoorbeeld één onderdeel van een groter werk onder een open source licentie op de markt is gebracht, terwijl de overige onderdelen zelf ontworpen zijn door de maker van het eindproduct, bestaat een reëele kans dat het gehele werk vervolgens onder de open source licentie valt, hetgeen betekent dat een ieder vervolgens gerechtigd is zonder voorafgaande toestemming het gehele werk na te maken. Dit is vanzelfsprekend commercieel niet altijd even handig. Het is dan ook raadzaam om deze juridische aspecten in kaart te brengen voordat commerciële exploitatie plaatsvindt. Temeer omdat het verspreiden van open source software zonder het bijvoegen van de broncode en zonder bronvermelding onrechtmatig kan zijn en derhalve tot vervelende juridische en financiële consequenties kan leiden.

Voor vragen naar aanleiding van deze blog, kunt u contact opnemen met Willem Balfoort (advocaat IE/IT/Privacy), gespecialiseerd in juridische vraagstukken rondom 3D-printing.