Standaardisatie nodig voor verdere ontwikkeling 3D-printing

 Van hype naar volwassen industrie
3D-printing kan zich steeds meer een volwassen techniek noemen. Het toonaangevende onderzoek- en adviesbureau Gartner zag 3D-printing enkele jaren geleden nog vooral als ‘hype’. Ondertussen typeert Gartner 3D-printing echter als een breed toegepaste techniek. Dit is uiteraard goed nieuws voor bedrijven in de 3D-printing sector.

Ondanks de snelle vooruitgang op het gebied van 3D-printing, typeert Gartner een aantal segmenten van de 3D-printing markt nog steeds als ‘hype’. Het gaat hierbij met name om het printen van ‘consumable products’, ‘bio printing’, ‘printing of medical devices’, ‘retail printing’ en ‘industrial printing’ (zie hier). Het valt op dat de door Gartner genoemde segmenten niet de minste zijn: al deze segmenten vertegenwoordigen potentieel een miljardenomzet.

Eén van de redenen dat 3D-printing nog niet in haar volle potentie benut wordt, ligt in het feit dat de techniek nu eenmaal nog niet volgroeid is. Hoewel (industriële) 3D-printers steeds beter, sneller, veelzijdiger en betaalbaarder worden, is nog een lange weg te gaan. De ervaring leert gelukkig echter dat technische vooruitgang niet meer dan een kwestie van tijd is.

Geen isolement
De vooruitgang op het gebied van 3D-printers vindt niet plaats in een isolement. Gartner merkt op: “Advancements outside of the actual printers themselves may prove to be the catalyst that brings about widespread adoption”. De ontwikkelingen op het gebied van onder meer 3D-scanning, 3D-software en de verdere ontwikkeling van printbare materialen zijn waarschijnlijk minstens zo belangrijk voor de toekomst van 3D-printing als de verbeteringen aan 3D-printers zelf.

Er spelen echter ook enkele niet-technische factoren een cruciale rol.

Verouderde wetgeving
Eén van de ‘road blocks’ voor de ontwikkeling van 3D-printing wordt gevormd door de huidige wetgeving. De bestaande wetgeving is – zo zou gesteld kunnen worden – gedateerd. In een column voor Computable over dit onderwerp schreef ik: “Nederland wil een vooroplopende kenniseconomie vormen, met een aantrekkelijk investeringsklimaat voor startende bedrijven. Inconsistente of gedateerde wetgeving betekent echter onzekerheid en vormt daarmee een investeringsrisico. Alleen dit is al reden genoeg om de huidige wetgeving eens tegen het licht te houden, teneinde te kunnen bepalen waar de stand van de techniek noopt tot aanpassing van (te) oude wetgeving.” Vooral op het gebied van het intellectuele eigendom (IE) en (product)aansprakelijkheid is nog veel winst te boeken, zo is reeds eerder betoogd.

Gebrek aan standaarden
Een minder vaak benoemd, maar minstens net zo groot probleem, is het gebrek aan (industrie)standaarden. Vooral als het gaat om de toepassing van 3D-printing in specialistische sectoren zijn standaarden onontbeerlijk. De auto-industrie, de lucht- en ruimtevaart en de medische wetenschap hebben te maken met uitgebreid beschreven normen en standaarden waaraan materiaal, machines en eindproducten moeten voldoen. Helaas zijn deze ‘traditionele’ normen vaak niet of nauwelijks toepasbaar op additive manufacturing.

Het goede nieuws is dat de afgelopen jaren verschillende marktinitiatieven zijn ontstaan om specifieke normen voor 3D-printing te ontwikkelen. Sommige analisten vreesden dat dit zou leiden tot een wildgroei aan verschillende, concurrerende standaarden. Gelukkig werken de twee grootste  partijen op dit gebied (ISO en ASTM) met succes samen om tot bruikbare normenkaders te komen. De eerste resultaten zijn al behaald. Toch is er nog een lange weg te gaan. Het is dan ook zaak dat experts op hun eigen vakgebied de handen ineen slaan om tot praktisch-bruikbare normen en standaarden komen, zodat ook deze belemmering voor de ontwikkeling van 3D-printing wordt geëlimineerd.